“Er komen twee leeuwtjes uit de kast…”

Toen het Edams Museum in 1895 opende kreeg het objecten geschonken en in bruikleen. Ook kocht het museum objecten aan, die in vitrinekasten konden pronken. Een van de vitrinekasten staat al sinds de opening in de tuinkamer: een 18e-eeuwse vitrinekast, samen met 185 tegeltjes voor 31 gulden gekocht van ‘kunstbakker’ Anthonie Beek (1836-1900). Met zijn vrouw Johanna Krumpelman (1837-1932) runde Anthonie een bakkerij op de hoek van de Keizersgracht-Spuistraat in Edam. Als reclame was op de gevel van de bakkerij geschilderd: ‘Beek, Bakker en in Kunst’.

De slimme broodbakker en zijn vrouw wilden kunstenaars aantrekken die geld in het laatje brachten door boven in een achterkamer en in de bakkerij enkele vertrekken geheel in te richten in ‘Oud-Hollandsche’ stijl waar kunstenaars die Edam bezochten binnen konden werken. Beek hoopte het succes van Hotel Spaander in Volendam te evenaren, waar door Leendert Spaander speciaal voor kunstenaars Kamer 1 in een oudhollandse stijl was ingericht, met onder andere een betegelde schouw en een knusse bedstee.

Boven bij de kunstbakker waren in een kamer ‘kunstschatten’ te zien: snuisterijen die te koop werden aangeboden en waarmee kunstenaars hun eigen atelier konden inrichten. Het ging volgens een verslaggever om onder meer aardewerk en beelden van ‘vooral draaken van zeldzamen, maar onsmakelijken vorm’. Ook werden klokken en eikenhouten meubels aangeboden ‘van geen stijl, maar daarentegen vol wurmen’. Volgens de krant was het rommel ‘waartusschen wij ons nauwelijks bewegen konden’. Veel kunstenaars daarentegen waren juist zeer gecharmeerd van de waren die in kunstbakkerij werden verkocht, zoals zelfs Thérèse Schwartze, portretschilderes van de Koninklijke familie, en Ludwig Noster, hofschilder van de Duitse keizer.

‘Rommel’ zoals de vitrinekast werd door ‘pa’ Anthonie Beek aan het museum te koop aangeboden. Zoon Hermanus Beek verkocht een paar huizen verderop antiek en curiosa. Na het overlijden van ‘pa’ in 1900 werd ‘Wed. A Beek’ en ‘Old Dutch Home’ op de gevel geschilderd. De verkoop van ‘kunstschatten’ door weduwe Johanna Beek-Krumpelman ging na Anthonies overlijden gewoon door, ook aan het Edams Museum.
Veel jaarverslagen, gastenboeken en kasboeken van het Edams Museum zijn bewaard gebleven. Zo kon worden gevonden dat Hermanus Beek op 24 augustus 1906 een ‘steenen bierpot en een steenen leeuwtje’ aan het Edams Museum had verkocht voor tien gulden en moeder Wed. A. Beek op 4 september 1907 voor het bedrag van 25 gulden en 66 cent ‘verschillende voorwerpen’, waaronder ‘een steenen leeuwtje (wit Chineesch aardewerk).’ Deze kwamen in de vitrinekast te staan.

Ton Becker uit Warder was verrukt toen hij onlangs in de vitrinekast in de tuinkamer van het Edams Museum de twee leeuwtjes zag staan. Deze hebben wij uit de kast gehaald, zodat Ton ze goed kon bestuderen. Ton Becker bekeek en bevoelde de beeldjes met kennis van zaken. Hij zag onmiddellijk dat de stenen beeldjes niet van steen waren, maar van porselein. Hij vertelde dat het zogenaamde ‘Blanc-de-Chine’ beeldjes zijn, gemaakt in Dehua in China. Daar werd het porselein al sinds de Ming-dynastie (1368-1644) geproduceerd. In het begin van de 18e eeuw kwam dit type porselein in grote hoeveelheden naar Europa. Eeuwenlang had Dehua het monopolie op de vorm en uitvoering van leeuwtjes, zoals deze in het Edams Museum.

Ton wist heel interessante aanvullingen op de beeldjes te geven.
De beeldjes zijn wierookbranders in de vorm van zittende ‘Foo Dogs’. De leeuwen verbeelden bewakers van Buddha. Deze symboliek werd overgenomen in China en was zeer populair, waar de leeuwen ook voor de keizerlijke paleizen en tempels stonden. De leeuwtjes werden gedurende de hele 19e eeuw in Dehua geproduceerd en veelal als paartje, meestal op een rechthoekige sokkel gezeten.

De leeuwtjes blijven nog wel even in de vitrinekast van het Edams Museum staan. Af te vragen is hoe de familie Beek-Krumpelman destijds aan de Chinese beeldjes is gekomen. Hopelijk komen de kasboeken van de kunstbakkerij, als ze al bewaard zijn gebleven, ooit boven water en kan deze vraag worden beantwoord.