Twee monumentale locaties

Het Edams Museum is een van de oudste musea in Noord-Holland. Het vertelt, op twee monumentale locaties midden in het centrum, het verhaal over de rijke historie van Edam: scheepsbouw, keramische industrie, architectuur, notabele families en het gewone dagelijkse leven. De collectie is zeer divers en bestaat onder andere uit klassieke en moderne schilderijen, keramiek, bodemvondsten, meubels, en allerlei andere curiosa. Kortom, alles wat met de geschiedenis van Edam te maken heeft.

Het Edams museum heeft twee locaties:

 

Het ‘Steenen Coopmanshuys’

Het prachtige laatgotische koopmanshuis is het oudste stenen huis van Edam en werd gebouwd tussen 1540 -1550. Het Edams stadsbestuur heeft in 1893 besloten om het pand aan te kopen en het na een grondige restauratie, onder leiding van Pierre Cuypers en Victor de Stuers, vanaf 1895 als museum in gebruik te nemen.

Het Stadhuis van Edam

Op de eerste verdieping van het oude stadhuis van Edam, daterend uit 1737, bevindt zich de tweede locatie van het Edams Museum. Deze ruimtes, waaronder de monumentale burgemeesterskamer, zijn elk jaar decor voor een wisseltentoonstelling.

 

Meer over het Coopmanshuys

In de zeventiende eeuw werd het pand verbouwd en voorzien van een toen luxueus nieuw interieur. In de volgende eeuwen is dit interieur nauwelijks gewijzigd. Wanneer je een voet over de drempel zet, stap je zo de gouden eeuw binnen.

Exterieur
In 1893 werd het toen erg verwaarloosde pand aangekocht door het Edamse stadsbestuur. Niemand minder dan Pierre Cuypers, de architect van het Amsterdamse Centraal Station en het Rijksmuseum werd aangesteld om de restauratie te leiden. De restauratie is voltooid in 1895 waarna het pand als eerste museum in Edam haar deuren kon openen. Bij de opening was niet alleen het toenmalige stadsbestuur nauw betrokken, maar ook W.O.J. Nieuwenkamp, één van Edams bekendste kunstenaars. In de jaren’50 werd het pand opnieuw gerestaureerd, nu door de hoofdarchitect van monumentenzorg, Kees Rooyaards. De ‘middeleeuws’ uitziende versieringen, waaronder pinakels op de trapgevel die door Cuypers waren aangebracht, verdwenen. Het pand kreeg weer zijn ‘oude’ uiterlijk terug. Begin 20ste eeuw was het pand opnieuw aan een restauratie toe. Het gebouw verzakte flink waardoor het aanpakken van de fundering noodzakelijk was.

Interieur
Je komt het museum binnen in de voorkamer, een statige ruimte met hoge plafonds met zware houten balken met korbelen versierd met peerkralen en rozetten. In deze kamer was van origine de winkel van de koopman gevestigd. Vanuit de opkamer, waar het kantoor gelegen was, had men een goed zicht op het reilen en zeilen van de winkel. In de voor- en achterkamer van de opkamer bevinden zich bedstedes.

Wanneer we vanuit de voorkamer de smalle gang doorgaan komen we in het achterhuis. Dit gedeelte van het huis is een zeventiende eeuwse aanbouw en biedt plaats aan de chique tuinkamer. In de zeventiende eeuw liep de gang geheel door naar de achterdeur en was de tuinkamer via een deur te bereiken. In één van de latere restauraties is dit aangepast. De kamer is nu één grote ruimte en de achterdeur is verplaatst naar de andere kant.

In het midden van het huis, onder de opkamer, bevindt zich de keuken. Via een klein trapje daal je af naar een met plavuizen beklede ruimte, voorzien van een aanrecht met pomp en grote vuurplaats waar gekookt kon worden.

Drijvende kelder
Beroemd in het Edams Museum is de drijvende kelder. Het is een losse bak, drijvend op het grondwater. Door eb en vloed (Het Edams museum ligt aan de Dam, waar vroeger een (zee)sluis gelegen was) beïnvloede de Zuiderzee het grondwaterpeil. Doordat de kelder met het grondwaterpeil mee kon bewegen kwam deze nooit onder water te staan. Drijvende kelders zijn niet uniek. Edam, en vooral Amsterdam, kenden er velen. De drijvende kelder in het Edams Museum is echter de enige publiek toegankelijke in Nederland en daarmee uniek!

Er is zelfs een leuke legende over de drijvende kelder. Eén van de eigenaren van het pand zou een kapitein geweest zijn, die de kelder liet aanleggen omdat hij de zee zo miste. Op deze manier kon hij in zijn eigen huis het klotsen van het water horen en meedeinen op het water wanneer hij in de kelder stond.

Bovenverdiepingen
De eerste en tweede verdieping dienden als pakhuis. Hier werden de koopwaren opgeslagen. Op de zolder werd tijdens de restauratie van 1893 – 1895 een woning gerealiseerd voor de directeur van de toenmalige Stads Teekenschool, die gelegen was bij de Grote Kerk. De vaste vitrinekasten op de zolder zijn gemaakt door W.O.J. Nieuwenkamp. De Edamse kunstenaar en één van de oprichters van het museum.

Ontdek de collectie online

Een selectie uit de prachtige kunstwerken

Ontdek nu