De meermin van Edam is eindelijk weer thuis!

Rond het jaar 1400  kregen de Noordelijke Nederlanden te maken met meerdere stormvloeden. Zo brak in het najaar van 1403 de dijk door van de Purmer-Ye en zette de streek onder water. Volgens de legende gingen Edamse meisjes het Purmermeer over met de bedoeling koeien te melken. In het water vonden zij een smerige, naakte vrouw. Dit werd het begin van de ‘Meermin van Edam’ dat al snel internationaal werd gepubliceerd.

Aan het einde van de 15e eeuw vermeldt Jan Gerbrandszoon van Leiden (overleden 1504) deze gebeurtenis in zijn Kroniek van Holland. Waar kwam deze vrouw, die al snel het ‘groene zeewijf’ werd genoemd, vandaan? Was zij wellicht een schipbreukelinge?  Ze kon spreken, maar niemand verstond haar taal en zij begreep niets van het Hollands.

Ze werd gewassen en kreeg vrouwenkleding aan. Na Edam verhuisde het ‘groene wijf’ naar Haarlem waar ze nog jaren leefde. Omdat ze gewoon was het kruis enige eer te bewijzen werd zij op het kerkhof begraven.

Van benen naar staart

De Belgische cisterciënzerabt Aegidius Roya vermeldt in zijn annalen bij het jaar 1403: “De zee werd onveilig gemaakt door piraten, maar het meest door de Engelsen.” Er waren dus zeerovers, wellicht Portugese of uit Algiers. Misschien was de vrouw Iers of Schots. We weten het niet, wel dat ze benen had. Maar dat gaat spoedig veranderen. In de Oude hollandsche geschiedenissen ofte corte rijmkronijck uit 1645 wordt het verhaal opgenomen door de (blinde) predikant Wachtendorp met als illustratie een spinnende vrouw met vissenstaart. Zij is gemetamorfoseerd tot een sirene en landelijk bekend. Weldra zal zij internationale faam vergaren.

Jean-Baptiste Robinet (1735-1820), Frans naturalist en filosoof, neemt het verhaal van de Edamse meermin op in zijn Considérations philosophiques waarin hij zeemensen als voorbeeld geeft ter staving van zijn stelling dat er wezens leven die dicht bij de mens staan maar er nog geen zijn. (Robinet was de eerste die een bot van een Dinosauriër beschreef).

Het beeld in de Edammer stadspoort.

De Middelieër-, Purmer- of Westerpoort, één van de zeven Edamse stadspoorten, was een langwerpig, laag bouwwerk met aan de land- of Purmerzijde een rechthoekige omlijsting van de poortdoorgang. In 1615 wordt de poort vernieuwd en er is sprake van duizenden Friese en Goudse klinkers die in de poort worden verwerkt. De poort had dus geen verdieping en dit heeft te maken met de windvang die door een hoge poort belemmerd wordt en waartegen molenaars bezwaar maken.

Interessant is de betaling van de stad aan Neel Jans, waardin van de herberg ‘het Moriaenshoofd’. Zij krijgt veertien gulden voor ‘een plaet’ verwerkt aan de poort. Op afbeeldingen is een van natuursteen gemaakt fronton te zien in de ingang aan de landzijde, waartegen een beeldje is geplaatst: de in 1403 in het Purmermeer gevangen zeemeermin.

Op de plaat de volgende tekst:

 Dit beeld hier opgericht tot een gedachtenis

Wat in het Purmermeyr gevangen is

Anno 1403

 De poort is in 1836 gesloopt. Na de sloop wordt het beeldje opgeslagen op de zolder van de Kleine Kerk. Wanneer Pierre Cuypers in Edam is voor zijn werkzaamheden aan het Edams Museum in wording, neemt hij meerdere objecten mee om deze een plaats te geven in het Rijksmuseum. Dit ging als volgt:

Hendrik Jan Calkoen (1848-1923), eerder burgemeester van Ilpendam en Landsmeer, gaf gehoor aan de bede van het College door samen met wethouder Tuyn een voorstel te doen bouwfragmenten van steen en objecten van hout  van het schip van de gesloopte Kleine Kerk over te dragen aan De Stuers en Cuypers. (Hieronder ook de op zolder neergelegde meermin, LdJ). Zo konden zij ervoor zorgen dat deze objecten behouden bleven. Het Rijk diende de kosten hiervan te dragen plus de kosten van het overbrengen naar de musea te Amsterdam. Cuypers stelde de minister voor dit aanbod, waarvoor ten hoogste 250 gulden moest worden betaald, aan te nemen. De minister ging akkoord en de bouwfragmenten en kolommen werden in de museumtuin van het Rijksmuseum in Amsterdam geplaatst naast wat tegenwoordig het Fragmentengebouw wordt genoemd.

In de nieuwe tentoonstelling ‘Van Yredam tot Edam; dwars door Edam’ in het Stadhuis, is het beeldje te zien in de film ‘Vijf tochtjes door Edam in het najaar 1650″, die werd gemaakt door Steven Maas: u ziet haar afgebeeld in de stadspoort. En, nog leuker, het originele beeld kunt u nu bewonderen in het Coopmanshuys, in de tentoonstelling ‘Edam in 14 stappen’ op de eerste verdieping!

(Beel: hout, bruikleen Rijksmuseum, afbeelding: Terence Loos, tekst: Leendert de Jonge)