Een aalmoes alstublieft?

Wie in het Stadhuis de trap op gaat om “Van Yredam tot Edam, dwars door het leven” te bezoeken, wordt bovenaan verwelkomd door een levensechte bedelaar (van top tot teen gemaakt door ‘onze eigen’ Steef Reilingh!). Hieronder volgt zijn triest relaas:

Leven en Werken van Bedelaars Anno 1600

Rond het jaar 1600 nam het aantal bedelaars en landlopers in de Republiek onrustbarend toe door oorlogen en misoogsten en vormde een ware plaag. Steden gingen over op strenge maatregelen: in 1595 bepaalde de Staten van Holland dat bedelaars schriftelijke toestemming nodig hadden, en in 1613 werd bedelarij in de Republiek zelfs volledig verboden.

Arbeid vs. Bedelen: Een ambachtsman of arbeider verdiende destijds gemiddeld zo’n 14 stuivers per dag. Dat volstond voor basisvoedsel zoals roggebrood, kaas en dun bier, maar bij ziekte, ouderdom of gure winters – waarin de gilden het werken na zonsondergang verboden – viel het inkomen direct weg.

De ‘Echte’ Armen: Veel bedelaars waren weduwen, wezen, zieken of kreupelen. Zij vielen vaak terug op liefdadigheid van de kerk, die in de vroege middeleeuwen nog werd gezien als een middel om als gever ‘goede werken’ te verrichten.

Creatieve Bedeltechnieken en Criminaliteit: Het grote publiek en de overheid werden steeds argwanender, omdat veel ‘zwervers’ hun bedelarij combineerden met listige trucs of diefstal. Zo waren er bedelaars die hun kleren achterlieten op hun slaapplek en naakt over straat liepen. Ze smeerden zich in met brandnetelzaad waardoor ze hevig beefden en klaagden dat ze door rovers waren uitgekleed. Sommige bedelaars verkleedden zich als ernstig zieken en liepen met een bedelnap langs kerken en huizen om bij mensen geld af te troggelen.

Gehuurde Kinderen: Sommige bedelaars leenden jonge kinderen en zetten die voor de kerk om sympathie en aalmoezen af te dwingen voor een zogenaamd groot gezin.

Kortom: bedelen viel niet mee! Doet u wel of niet een duit in het zakje?