‘Kale Teun’ op ‘meesterlijk’ zelfportret

Een krantenartikel, waarin het Edams Museum de nieuwe tentoonstelling ‘Naar levend model’ aankondigde, over een stel bevriende kunstenaars dat ruim een eeuw geleden in Edam woonde en werkte, deed bij oud-Edammer Fred Roskam een belletje rinkelen: had hij op zolder niet een pracht van een tekening van Ties van Dijk, één van de kunstenaars die in het bericht werden genoemd? Een dubbeltekening nog wel, met op de achterzijde van het ingekleurde zelfportret een mooi werkje van een boerderij aan het water. En hoorde dit dan eigenlijk niet in het Edams Museum thuis?

En zo kwam het dat op een zonnige morgen in het vroege voorjaar een kleine museum-delegatie aanschoof aan de met koffie en koek gedekte keukentafel in de oergezellige woonboerderij van het echtpaar Fred en Nel Roskam, landelijk gelegen diep in een Waterlandse polder. Waar meesterverteller Fred (1946) honderduit vertelde. Over zijn vader David, die restaurateur was, in fijn timmerwerk, en in die hoedanigheid bijvoorbeeld aan de sacristie van de Oude Kerk had gewerkt; “alle luikjes, en deurtjes, en die ramen met twaalf ruitjes, alles in verstek en met oog voor detail en piekfijn in orde.”
Maar die eigenlijk niet timmerman zou worden, maar tekenaar, en in zijn jonge jaren les volgde aan de Stadsteekenschool, bij Ties van Dijk (1873-1967), die eigenlijk kunstschilder was. En van die Ties van Dijk had Fred, jaren geleden al, in de nalatenschap van zijn vader een zelfportret op getint papier gevonden, onbeschadigd bewaard gebleven tussen de bladen van één van de zes schetsboeken uit die tijd.
Waarom Van Dijk die aan zijn vader geschonken zou hebben? “Iedereen op die school tekende die zwartwitte tekeningen natuurlijk”, zegt Fred, “mijn vader was de enige die ze inkleurde. Misschien vond Ties, die wij thuis overigens Kale Teun noemden, dat leuk, en heeft hij daarom bij wijze van aanmoediging of waardering mijn vader een gekleurd portret van zichzelf gegeven”.
Kale Teun? “Ties is Fries voor Teun, en op de tekening, die hij overigens niet gesigneerd of gedateerd heeft, zie je wel waarom we hem kaal noemden”, aldus Fred, “nog een bewijs dat dit echt een zelfportret van Ties van Dijk is!”

Ties van Dijk (1873-1867), ongedateerd.

En wat voor een! Het toont de kunstenaar, die de beschouwer aankijkt, lichtblozend, besnord en inderdaad kalend, met openstaand hemd en vest, alles zeer gedetailleerd getekend en vloeiend ingekleurd. De boerderij met hooiopper en steigertje op de achterzijde van het vel getint papier is al even zorgvuldig vereeuwigd. “In die tijd werd er nog heel nauwkeurig, naar de natuur, getekend”, zegt Fred, “dat zie je nu niet vaak meer”…

En Fred Roskam kan het weten. Gedegen opgeleid en via ervaringen in allerlei stages zelfverzekerd geworden heeft hij in In zijn lange carrière aan vele bijzondere projecten gewerkt – als restaurateur van schilderijen en schilderingen. Het orgel van de Nieuwe Kerk werd door Fred gemarmerd, in de Oude Kerk restaureerde hij diverse schilderingen, hij werkte voor Monumentenzorg, werkte als jonge man in het Rijksmuseum – “maar die betaalden slecht’ – en restaureerde de panelen voor het Christiaan Huygens Museum in Voorburg. In Middelburg restaureerde hij de behangsels van het Gerechtshof en, let op, die van de Raadszaal van het voormalig stadhuis van Edam.
In zijn vrije tijd schilderde Roskam voor zichzelf, kleurrijke doeken van zijn omgeving of van allerlei vissen, verkocht zijn schilderijen zelfs. “Ik restaureer nog wel, af en toe, op verzoek of, zoals nu, voor mijzelf twee paneeltjes van Vlaamse primitieven”. Hij toont ze aan ons, in zijn overvolle atelier op het boerenerf, met glazen wanden en weids uitzicht.
Hier woont een kunstenaar!

Nawoord
Het zelfportret van Ties van Dijk wordt op de tentoonstelling ‘Naar levend model’ naast die van Jan Bander en diens echtgenote Leonie Lutomirski geplaatst: daarmee zijn de drie ‘Edammer kunstenaars en vrienden na ruim een eeuw weer verenigd!